Paaskaars Paaskaars


Paaskaars in de kerk
Wanneer we over een kaars spreken, is het goed om te beseffen dat we het in de kerk dan doorgaans hebben over de Paaskaars. Deze kaars komen we al tegen ten tijde van kerkvader Augustinus. In de paasnacht werd de Paaskaars dan de kerk binnen gedragen en het licht werd weer gedoofd na de lezing van het Evangelie op Hemelvaart. Het licht symboliseerde dan Jezus 40 dagen durende aanwezigheid op aarde na Zijn opstanding.

Na Vaticanum II (1962-1965) zien we in de Rooms-Katholieke Kerk en de Oud-Katholieke Kerk dat de Paaskaars gedoofd wordt na het Pinksterfeest. Jezus heeft immers de Heilige Geest gezonden en als Hij in ons woont zijn wij zelf het licht (c.f. Mattheus 5: 14). Bij bijzondere gelegenheden (doop of rouw) wordt de Paaskaars ontstoken, omdat deze gelegenheden een referentie in zich hebben van de
opstanding van Jezus.

Naast de Paaskaars kent men binnen de Rooms-Katholieke traditie ook de zogenaamde Godslamp. Een lampje dicht bij de tabernakel dat brandt zolang het heilige sacrament daar ligt. Jezus is in het brood aanwezig. Het is dus een symbool van de tegenwoordigheid van Christus. De lamp brandt overigens niet op Goede Vrijdag. Dan is het heilig sacrament niet aanwezig en staan de deurtjes van de tabernakel open. 

Wanneer we kijken naar onze traditie dan zien we dat de ene gemeente wel een Paaskaars gebruikt en de andere doet het niet. Bij de laatste kunnen we bijvoorbeeld denken aan stromingen die binnen de calvinistische traditie staan. Zij zijn wat huiverig als het gaat om het gebruik van de Paaskaars. Het Woord is immers het allerbelangrijkste en men heeft liever niet dat er iets is dat daarvan afleidt. Aan de andere kant zijn mensen tegenwoordig visueel ingesteld. Juist zoiets als een kaars kan bijvoorbeeld verbeelding teweegbrengen. Het kan fungeren als zichtbaar woord, zoals dat ook geldt voor sacramenten als Doop en Avondmaal. Missionair gezien biedt dit zeker mogelijkheden.

In onze wijkgemeente is er voor gekozen om de Paaskaars elke dienst aan te steken als teken van Gods aanwezigheid. Voordat de gemeente opkomt wordt de kaars ontstoken en nadat de gemeente de kerk heeft verlaten wordt de kaars weer gedoofd. Daarmee laten we ook iets zien dat God de Alpha en de Omega, het begin en het einde is. Daarnaast mogen we hopen dat Gods licht ons zo zal bestralen, zodat we zullen beseffen zelf licht te zijn in de maatschappij.
 

Redactie: Voormalig wijkpredikant van de Vredeskerk, ds. A. Romein, schreef over de Paaskaars een liturgische oriëntatie. Deze leest u hier.
 
terug